dom(burg): zand in je uggs

Ieder jaar proberen we in het voorjaar met mijn familie een weekend weg te plannen. Dat kan heel gezellig zijn. Deze keer wilden we naar Zeeland. Bløf in de CD-speler en gaan. Lekker uitwaaien op het strand en als het even meezit zonnen natuurlijk. Niet te vergeten; kastelen bouwen met Jesse, mijn neefje van tweeëneenhalf.
Een slimme zet deze keer was wel, dat we niet een in familievakantiehuis op elkaars lip zaten, maar helemaal top allemaal een apart appartement hadden in een hip familiehotel aan de Zeeuwse kust. In Domburg om precies te zijn. De plaatsnaam sprak me meteen al aan;-)
Goed voorbereid, dat wil in mijn geval zeggen dat ik mijn halve kledingkast – want je weet natuurlijk nooit wat voor weer het wordt – plus bijbehorende accessoires en schoenen, in de achterbak had gegooid. Dus warme truien en zomertuniekjes, laarzen én slippers.
Op zaterdagochtend was het best lekker weer. De anderen wilden Middelburg onveilig maken, Suus en ik gingen samen met Jesse naar het strand. Uiteindelijk werd het zo zonnig, dat mijn Uggs wel van mijn winterwitte voeten verwijderd konden worden. Beetje met mijn blote tenen in het zand en ondertussen bijpraten met mijn grote zus. Jesse zat een stukje verderop met emmertjes en zand te knoeien. Af en toe riep hij: “Tate to sand soentje”.
“Wat zit ie lief te spelen, he?”, vond ik. Suus had duidelijk meer ervaring in té zoet spelende kinderen. Ze sprong op.
Tate to sand soentje bleek dus tante Cato zand in haar schoentje, lees Uggslaarsje, te zijn. Je begrijpt, Domburg en ik passen naadloos bij elkaar. Als water en zand.










